"Terug naar Hasselt"

vanaf half maart ’16 in de boekhandel

In Terug naar Hasselt zit vaart én woede én passie én veel liefde, met op de achtergrond de steeds dreigende dood. Dit is een roman die geschreven moest worden, de urgentie ervan is overal tastbaar. 30 jaar na datum moet er een jeugd worden afgesloten, getuigenis worden afgelegd, vindt er een obsessionele reconstructie plaats.

Er wordt gepeild naar een verleden dat overweldigend was, verschroeiend. Het gaat over jong zijn, over een coup de foudre, over een ménage à trois, over liefde dus en seks en dood, het is het relaas van een ‘coming of age’, een Bildungsroman en nog veel meer. Daarbij wordt de anekdotiek vlotjes overschreden wat aan deze roman ook het karakter geeft van een tijdsdocument, het testament van een hele generatie, in dit geval een jeunesse dorée die opgroeit in en rond de provinciestad Hasselt in de jaren ‘80, zelfs Steve Stevaert loop je er sporadisch tegen het lijf.

Stap mee in deze rollercoaster, laat je meevoeren en blijf buiten adem achter.

Herman Rohaert, dichter.

Een citaat: ‘Golven van emotie overspoelen mij. Eén daarvan is angst. Om de intensiteit van dit alles. Onzekerheid ook. Nee, niet over wat hij voor mij voelt. Daar durf ik nog niet het begin van over nadenken. Golven van ontreddering, zijn het. En ik denk: ik kan dit niet aan. Niet nu. Tegelijkertijd schuiven mijn vingers tussen die van hem. Ik balanceer ergens tussen overgave en zelfbehoud, iets wat verder gaat dan hart en rede.’

 

Terug naar Hasselt is de basis van de auteurslezing ‘Over jongeren en bipolariteit.’

Over rouwverwerking

Gudrun Bongaerts verliest haar zus op zes- endertigjarige leeftijd aan borstkanker. Het kost haar vier jaar om de dood van haar zus te aanvaarden. Wetenschappelijk is ze goed gedocumenteerd en weet ze haar persoonlijke symptomen van rouw binnen een groter kader te plaatsen. Haar zoektocht is een waardevol en authentiek document.

In vijf hoofdstukken, de vijf stadia van rouwverwerking, neemt de schrijfster je mee in haar originele gedachtewereld. Bijzonder is dat zowel het hoofdpersonage als diens overleden zuster, in de vorm van een alter ego, aan het woord zijn. Beiden maken in de loop van het verhaal een groeiproces door en komen tot inzichten met betrekking tot hun levenshouding en hun onderlinge relatie.



Zo ook dient door beiden afgerekend te worden met de directeur, onder wiens seksuele intimidatie zus Eva al jaren lijdt.

De auteur laat de lezer toe om in de ziel van een intens rouwende mens te kijken. Een ziel die zoekt om het ware verdriet te kunnen bevatten en te overleven.

Merel en ik is een verhaal van intense rouw, maar tegelijk van een gecompliceerde liefdes- relatie tussen twee zussen. Gudrun Bongaerts is sarcastisch en ontwapenend open tegelijkertijd. Haar stijl laveert tussen poëzie en het hartveroverende anekdotische. 

Wat gebeurt er met iemand die een dierbare verliest?
Wat gebeurt er de eerste dagen, de eerste maanden, de daaropvolgende jaren?
Wat doet intens verdriet met een mens?